Het orgel Oude Dorpskerk Bunnik

Het orgel Oude Dorpskerk Bunnik
©: Henk Blok (Bunnik)

Het eerste orgel in de Oude Dorpskerk in Bunnik is geplaatst in 1829. Oorspronkelijk was het een huisorgel, gemaakt in 1797 door H. Meijer uit Amsterdam. Het orgel werd geplaatst op de vloer op de plaats waar nu de oude preekstoel is, in het koor. De kwaliteit van het orgel ging echter snel achteruit door de koude vloer en optrekkend vocht. Bovendien was in de muur van het koor, achter het orgel, een ingang gemaakt rond 1800, wat de kwaliteit ook niet ten goede kwam.

Voor 1829 had men alleen een voorzanger. Deze voorzanger, die ook koster, schoolmeester en doodgraver was, werd vooral aangenomen vanwege zijn kennis van de psalmen en zijn zangkunst. Zijn didactische kwaliteiten om de kinderen te onderwijzen waren amper onderdeel van de selectieprocedure.

Op 8 maart 1839 richtten het kerkbestuur en de notabelen een verzoek aan het gemeentebestuur van Bunnik, om aan de toren een orgelbalustrade te mogen bouwen. Hierop moest dan het orgel komen. De balustrade moest met drie grote balken en ijzeren ankers vastgemaakt worden aan de toren. Het verzoek werd aan de gemeente gericht, omdat de toren eigendom was van de burgerlijke gemeente en niet van de kerkelijke gemeente. De toren had behalve zijn functie als officiële “tijdweergever” ook een rol bij alarm: als er brand was moest men de klok luiden.

In dit verzoek werd ook gevraagd om een deur tussen de kerk en de toren, zodat men via de toren in de kerk kon komen. Ook vroeg men om een vloer te mogen leggen in de toren, de trap in de toren te verleggen en een deur van de torenzolder naar het orgel te maken. Het kerkbestuur schatte de kosten op fl 850,- wat via vrijwillige bijdragen moest worden betaald >“aangezien de kas der kerk op dit ogenblik daartoe geene uitgaven gedoogt”.1

De gemeente gaf haar goedkeuring en al spoedig ging een intekenlijst door het dorp om het benodigde geld bij elkaar te brengen. Dit geld was niet alleen voor de herplaatsing van orgel, maar ook voor het herstel van het orgel. De intekening bracht fl. 589,85 op.

Anthonie Abraham Wildbergh, timmerman te Bunnik, verklaarde de bouw van de balustrade aan te willen nemen voor een bedrag van fl. 349,-. Op 10 augustus 1839 moest het klaar zijn.

Om de orgelbalustrade te kunnen maken moest de preekstoel een stukje verplaatst worden en aan de rechterzijde moest een deur gemaakt worden als ingang. Het trappetje om op de preekstoel te komen, de leuning en de preekstoel zelf moesten bruin geverfd worden, de balusters groen gebronsd, de plint, deklijst en het voorfront van de tribune wit gemarmerd, en de balustrade zelf wit met geel. Helaas zijn hier geen foto’s of tekeningen van bewaard gebleven, maar dit moet een kleurrijk geheel geweest zijn. 

Bij de uitvoering van het werk mocht de zondagse eredienst niet gehinderd worden, anders kreeg de aannemer een boete van fl 10,- per keer.

Omdat de balustrade een eindje de kerk instak, was er voor één kroonluchter geen plaats meer. Deze kroonluchter werd in 1842 aan de kerk in Odijk verkocht voor fl 52,-. Enige jaren geleden is deze geheel gerestaureerd en opnieuw in gebruik genomen door de kerk van Odijk.

In 1912 werd een nieuw orgel van De Koff op de bestaande galerij gebouwd. Doordat het zwaarder was dan het vorige orgel, moesten 2 steunpilaren gemaakt worden. Bij de restauratie in 2013 bleek dat de 2 steunpilaren enigszins verzakt worden en werden ze iets omhoog gevijzeld, zodat de orgelbalustrade weer waterpas stond. Het front van het orgel had de kleur eikenhout, met de ornamenten in verguld, groen en rood. De Koff rekende hiervoor fl. 3030,-.

H.W. de Bruijn uit Utrecht was toen onze organist.

Ook voor dit orgel ging een intekenlijst rond. De opbrengst hiervan is fl 2335,75. De bedragen waarvoor men intekent variëren nogal: van fl 1000,- door de baron Van Hardenbroek tot fl 0,25 door K. de Pater en anderen. 

Tussen de afbraak van het oude orgel en de ingebruikname van het nieuwe orgel werd een orgel gehuurd van P. Blad te Utrecht. De huurprijs was fl 12,- voor twee maanden .

Het oude orgel wordt voor fl 200,- verkocht aan de Gereformeerde kerk in De Bilt.

Het orgel was in de beginjaren uiteraard nog niet gemotoriseerd. De balg werd bediend door jongmannen, die daarvoor een vergoeding kregen. Over 1840 kreeg de zoon van Van Nie bijvoorbeeld voor het orgeltrappen fl 3,-. Hoewel de kerk in 1921 electiciteit kreeg, werd het orgel pas in 1937 voorzien van een windmotor. Tot die tijd moest het dus door een orgeltrapper “aangedreven” worden.

Het onderhoud van het orgel werd tussen 1841 en 1878 uitgevoerd door de firma Stulting & Maarschalkerweerd (vanaf 1849: alleen Stulting) uit Utrecht. Daarna draagt Stulting het over aan de heer Spit, een werknemer van de firma J. Bätz & Co. Die onderhoudt het orgel tot 1911, toen het nieuwe orgel gebouwd werd . Vanaf 1912 tot 1971 werd het orgel onderhouden door de firma De Koff, die het orgel ook gebouwd had. In 1971 stopte De Koff ermee en werd het onderhoud overgenomen door Flentrop Orgelbouw. 

In de periode tussen 1912 en heden zijn er diverse malen reparaties geweest aan het orgel. Een wezenlijke invloed op het uiterlijk en de klant hadden deze niet. Wel werd in 2013 alle elektriciteit vernieuwd. Omdat ook de originele windbalgen nog aanwezig zijn, is het in theorie mogelijk dat een orgeltrapper nog steeds kan zorgen voor voldoende wind om het te bespelen.

Colofon

Auteur: Henk Blok

1   RAZU, toegang 378, inv. 115

© Tekst: Henk Blok (Bunnik) © Foto voorblad: Henk Blok (Bunnik)
Lees meer

Gerelateerde informatie


VenstersFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Meike de Vries (Bunnik))