Economie


Uitgelichte vensters

- Ruim 275 jaar een begrip in Bunnik -  De familienaam van Manen is een oude Bunnikse naam die al voorkomt vanaf begin 18e eeuw en is daarmee ruim 275 jaar een begrip in Bunnik. Niet alleen voor oud-Bunnikers maar tot de dag van vandaag bekend bij alle inwoners van het dorp Bunnik en omstreken. De naam ManenHoewel van Manen een echte Bunnikse naam is verwijst de naam naar een buurt of buurtschap bij Ede met de naam Manen. Manen was een kleine en zelfstandige buurt met eigen buurtrichter en buurtmeester. De buurt (buurtschap) bezat ook grondgebied.  Derck Gijsbertse is rond 1660 geboren in de buerte Manen en wordt genoemd in het Buerboek van de buerte Manen. Zijn zoon Jan Dirckzn van Maanen (ca. 1690 - 1749) verhuist naar Driebergen in 1708 en neemt als achternaam de naam van zijn oude woonplaats. De zoon van Jan Dirckzn van Maanen is Pieter van Manen en hem komen we als de eerste van Manen tegen in Bunnik.  Pieter van ManenIn 1747 wordt Pieter van Manen (1719 - 1791) in de Leydse Courant Schipper van Bunnik genoemd. Hij is niet alleen schipper, maar ook schepen van Bunnik en Vechten van 1758 t/m 1775. Een belangrijk man in het dorp. Hoewel de beroepsomschrijving anders doet vermoeden wordt Pieter wel schipper genoemd, maar is hij schipper in dienst bij de aangestelde schipper van Bunnik, Cornelis van ’t Voort, die dan in De Witte Huisjes woont. Pas in mei 1781 doet Maria van Mansum (? - 1798), de weduwe van Cornelis van ‘t Voort vrijwillige afstand van het schippersambt, zodat Pieter dat op 62-jarige leeftijd officieel kan gaan bekleden en hij aangesteld wordt als Schipper van Bunnik. Een jaar later, in 1782,neemt hij een lening bij de diaconie van Bunnik voor f 195 voor de koop van een nieuwe Crommenrijnsche schuijt. Na het overlijden van Pieter van Manen in 1791 wordt zijn zoon Jacobus van Manen (1763-1839) aangesteld als schipper van Bunnik en Vechten. MelkhandelIn 1805 woonde Jan van Manen (1750 - 1829), die ook een zoon van Pieter van Manen (1719-1791) is op de Langstraat 50 . Uit het tweede huwelijk van Jan van Manen wordt Pieter van Manen (1797 - 1879), arbeider in Bunnik geboren. Ook de zoon van deze Pieter, Johannes van Manen (1840 - 1922) wordt in Bunnik geboren. Hij is van beroep koetsier. Zijn zoon Hendrikus van Manen (1877 - 1940) is o.a. veehouder in Bunnik aan de oude Groeneweg 200 (nu Tureluurweg 14). Zoals veel Bunnikers heeft hij, vanaf 1914, ook een handel in fruit. Hij verkoopt onder andere kersen en aardbeien uit eigen boomgaard. In 1932 begint hij vanuit zijn boerderij op de Tureluurweg de melk van zijn eigen koeien bij de mensen thuis te brengen.  In 1938 nam hij de melkwijk over van zijn buurman Frans Veldhuizen (1889-1978) toen die er mee stopte. In de jaren 40 en 50 is de concurrentie in de melkverkopen in Bunnik hard. Later in de jaren 50 krijgen alle melkboeren een eigen ‘melkwijk’. Hendrikus gaat met een bakfiets de volle en zware melkbussen in heel Bunnik rond. Dat is in die tijd heel gewoon, want dat doen bijvoorbeeld ook de Bunnikse bakkers en slagers. In oktober 1940 overlijdt Hendrikus plotseling op 63-jarige leeftijd. De zonen van Hendrikus, Kees en Piet, nemen het familiemelkbedrijf over. Cornelis (Kees) Johannes van Manen (1915 - 1999) en zijn jongere broer Piet van Manen (1926 - 2001) gaan na hun lagere schooltijd direct bij hun vader werken. Ze kunnen gelijk met de transportfiets Bunnik rond. Ze hebben een melkbus met een kraantje, ca 8 flessen en 20 pakjes boter bij zich. Na de bakfiets komt de pony met wagen en daarna paard en wagen, in de jaren ‘70  gevolgd door de elektrische kar. Het gebruikmaken van paard en wagen was niet uit zuinigheid, maar puur praktisch en snel. In 1950 verplaatst Cees de melkhandel naar een winkel op de Dorpsstraat 32.  De winkel op de Dorpstraat eind jaren 80. Links de winkel van Ans van Manen (dochter Kees van Manen) en rechts de winkel van Jan van Manen. (foto Bunnik Zo was het…Zo is het. Arie van de Gaag). In 1980 wordt Kees 65 jaar en doet hij de winkel over op zijn zoon Jan van Manen (1959-2023). Broer Piet stopt met werken in 1987. Jan van Manen gaat verder met de winkel als Kaas- en notenzaak. Jan moderniseert de winkel en breidt het assortiment van binnenlandse kazen ook uit met buitenlandse kazen. In 2006 is het opnieuw tijd om de winkel een nieuwe uitstraling te geven en wordt de winkel verbouwd. In de winkel van Jan en zijn vrouw Els zijn behalve kazen ook streekproducten te vinden en natuurlijk, zoals voorheen, melk en eieren. In 2021 heeft Jan van Manen zijn winkel na 42 jaar, i.v.m. gezondheidsredenen, moeten verkopen. begrip in Bunnik - 

Van Végé winkel, naar RABO bankje tot appartementencomplex (2026) Op de hoek van de Provincialeweg, Molenweg en Dorpsstraat in Bunnik stond in de jaren zestig en zeventig een witgepleisterd pand. Het was het woonhuis met levensmiddelenzaak van Herman en Riek van de Brug-Beemer, Molenweg 1. De Végéwinkel werd in 1983 afgebroken waar een modern gebouwtje voor in de plaats kwam, met daarin het RABO-bankje, een tijdelijk herkenningspunt op het kruispunt dat overgaat in de Stationsweg. Tot 2026 is deze locatie opnieuw veranderd naar een appartementencomplex. Het witte huis aan de Molenweg 1  Het pand aan de Molenweg heeft voor de familie een bijzondere betekenis: drie generaties hebben er gewoond en gewerkt. In dit huis leefden Riek en Herman met hun acht kinderen. Na hun huwelijk in 1952 begonnen zij hier een eigen levensmiddelenzaak. Het pand was destijds eigendom van de ouders van Riek: Marie Sterkenburg (1888-1958) en Toon Beemer (1886-1966). Al eerder speelde het pand een belangrijke rol in de familiegeschiedenis. De vader van Marie, Steven Sterkenburg (1853-1934) vestigde er een schoenmakerij. Marie was in 1921 getrouwd met Toon Beemer en samen kregen zij vier kinderen, van wie Riek de jongste was. Herman kocht zijn kruidenierswaren in bij de VéGé (Verkoop Gemeenschap, een voormalige Nederlandse landelijke organisatie van zelfstandige kruideniers. In de jaren zestig werd de winkel uitgebreid en heringericht naar een supermarktmodel. De familie had een lange traditie in levensmiddelen en thuisbezorging, overgenomen van de ouders van Herman. De man haalde wekelijks de boodschappenlijstjes op en bezorgde daarna de bestellingen, terwijl de vrouw achter de toonbank stond. De bezorging geschiedde aanvankelijk met een mandfiets; later kon een bestelauto worden aangeschaft. Suiker, zout, erwten e.d. werden ’s avonds na sluitingstijd uit grote balen gehaald en alvast in zakjes gedaan van een pond, vertelt dochter Anneke van Eck-van de Brug. In de jaren ‘70 hielp zij in de winkel, vooral in het verkopen van OLA ijs buiten! Dit moet de tekenaar Rodrigo zijn opgevallen! De ijskar met parasols en banken was rond eind jaren ’60 een geliefde ontmoetingsplek voor jongeren die hun Puch- of Tomos-bromfiets graag aan belangstellende meisjes lieten zien. Toen de Rabobank deze locatie op het oog kreeg, volgde er zowel letterlijk als figuurlijk veel wikken en wegen. Het winkel centrum aan de Van Hardenbroeklaan werd gebouwd en Herman kreeg de mogelijkheid om daar de winkel als volwaardige supermarkt voort te zetten.  Hij was inmiddels 60 jaar en de voorwaarden voor zo’n overstap vond hij veel te bindend. Het aanbod van de Rabobank om het pand Molenweg 1 te kopen kwam precies op het goede moment. Het bleek financieel mogelijk om te stoppen met de winkel en een huis aan de Zuster Spinhovenlaan aan te kopen. Het witgepleisterde huis werd in 1982 afgebroken voor de bouw van het pand van de Rabo, wat nu nog zichtbaar is, tot 2026. Petrus Wilhelmus (Willem) van de Brug Het spoor gaat terug naar opa Petrus Wilhelmus (Willem) van de Brug, naar het begin van de 20e eeuw. Willem van de Brug woonde met zijn familie in de Langstraat, één van de oudste delen van Bunnik. Hij had hier een winkel met ‘koloniale waren”. We zien hem bij zijn hondenkar met levensmiddelen staan. Hij is dan onderweg met zijn zoon Herman, die van een klant een (kapotte) wekker cadeau heeft gekregen. Willem trok met zijn waren doordeweeks langs boerderijen via de Achterdijk tot aan Cothen toe. Het is dus waarschijnlijk geen toeval dat hij zijn vrouw in die woonplaats heeft gevonden. Petrus Wilhelmus (Willem) van de Brug en Johanna Lamberta (Anna) van Woudenberg trouwden op 5 september 1919 in Cothen.  Op de foto staan vader en zoon op de plek waar nu de blinde zijgevel van Albert Heijn is. De foto is genomen rond 1926 waar destijds deze huisjes met een poortje hebben gestaan. Rechts van deze huizen stond gemeenteschool/gemeenschapsgebouw, de Grondslag.  De woninkjes aan de Langstraat lagen nabij de levendige Loswal, waar veel goederen werden gelost. Helaas overleed Willem in 1942 op 52-jarige leeftijd, een gezin met zes kinderen achterlatend. Herman, de oudste jongen, werd automatisch kostwinnaar (ondanks dat zijn hart naar een groen beroep uitging). Die status zorgde er wel voor, dat hij niet voor dwangarbeid in Duitsland werd opgeroepen.