Een eeuw in vuur en vlam


Een eeuw in vuur en vlam
© Foto voorblad: Piet van Echtelt, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Met toestemming van de eigenaar

Van Ambacht naar Innovatie; een Pioniersverhaal in Duurzaamheid

Wat begon in de smederij en het traditionele installatiewerk, groeide in de jaren 70 uit tot een missie voor de toekomst. Gedreven door de energiecrisis en de idealen van 'De Kleine Aarde', verschoof mijn focus van conventionele verwarming naar de onontgonnen wereld van duurzame energievoorziening.
Als ondernemer zag ik kansen waar de markt nog aarzelde. Van het hergebruiken van afvalwarmte en het ontwikkelen van zon-luchtsystemen in Portugese 'Butler'-woningen, tot het realiseren van eigen wind- en zonne-energieprojecten.

Het was pionierswerk in de zuiverste vorm. Door eigenzinnigheid te combineren met de techniek, slaagden we erin om — tegen de tijdgeest in — de eerste honderd zonnecollectoren en speciaal ontwikkelde zonneboilers op de kaart te zetten, in Bunnik!
Met een compact en flexibel team van uiteindelijk vijf specialisten bewezen we dat duurzaamheid geen abstract concept is, maar een kwestie van doen. Dit is het verhaal van mijn onderneming die niet wachtte op de transitie, maar deze zelf vorm gaf. En natuurlijk was dit alles geënt op mijn basis; onze ouders Otto en Elisabeth Van Echtelt – Van Dijk. 
.
Mijn verhaal begint in Bunnik, waar ik, Piet van Echtelt, werd geboren als zoon van Otto Bernardus Van Echtelt, geboren in 1905 in Werkhoven en Elisabeth van Dijk uit Utrecht. Het bedrijf, dat mijn vader begon in Bunnik, is nog altijd gevestigd op dezelfde plek, Smalleweg als G.B. van Echtelt en Zn.. Een familiebedrijf dat sinds 1934 al drie generaties lang specialist is op het gebied van open haarden, houtkachels en gashaarden.  
Beide ouders van mij kwamen uit families waarin het werken met staal en ijzer centraal stond. Ook Elisabeth groeide op in een ambachtelijke omgeving. Haar vader werkte bij de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht. 

We waren een echt katholiek gezin, geworteld in de klei van de Kromme Rijnstreek en gevormd door het harde, eerlijke werk in de smederij. Door de geschiedenis heen, van de middeleeuwen tot ver in de 19e eeuw, had vrijwel ieder dorp zijn eigen smid. In Bunnik waren er zelfs drie. De familie van Echtelt was de Rooms Katholieke smid. Terwijl de andere twee smederijen in het dorp Protestants waren. 

De eerste generatie; het ambacht in Werkhoven

De oorsprong ligt bij opa en oma van Echtelt in Werkhoven. Mijn opa begon in dit dorp een smederij aan de Ambachtstraat. Het was een plek van vuur, ijzer en vakmanschap. Dat de jongens in de familie ook smid zouden worden, stond destijds bijna vast. 
Op een oude foto uit de jaren dertig zie ik twee broers van mijn vader staan bij een groot wagenwiel van een mallejan; een beeld uit een tijd die inmiddels ver achter ons ligt, maar die de basis legde voor alles wat volgde.

De tweede generatie; onze familie was overal aanwezig

Niet alleen mijn vader Otto was ondernemend, zijn broers waren in Werkhoven en Cothen ook met een bedrijf begonnen. 
Zijn broer Toon uit Werkhoven had een winkel in huishoudelijke artikelen en speelgoed. Joop uit Werkhoven besloeg paarden en dit groeide uit tot een electra, sanitair en staal constructiebedrijf. En Jan had in Cothen een smederij aan de Brink en een staalconstructiebedrijf. Zelfs mijn dove oom Dirk, een broeder bij de Patriciërs, wist zijn weg te vinden; hij stapte zelfs brutaalweg bij Anton Philips naar binnen voor een gehoorapparaat!
Mijn vader was een Rijks gediplomeerd hoefsmid en werkte aanvankelijk in Weesperkapel voordat hij zich in 1934 definitief in Bunnik vestigde. 
 
Zijn bedrijf aan de Smalleweg in Bunnik werd het middelpunt van ons leven. Ik herinner me nog goed hoe de paarden van de boeren uit de omgeving werden beslagen. Ook werden onderstellen voor paard en wagen gemaakt, en later bouwden zij onderstellen voor de schaft en directie wagens. De opbouw van het houtwerk werd gemaakt door een apart bedrijf Molendijk.  We groeiden mee met de houthandel van Van Dam en openden een winkel in huishoudelijke artikelen en schaatsen. Als jongen van acht stond ik al schaatsbandjes te verkopen op de ijsbaan. 

De derde generatie; van kolenvuur naar energiespecialist

Omdat de tijden veranderden met de ontdekking van het aardgas in Groningen eind jaren zestig, maakte de smederij een enorme transitie door. De vlam van het smidsvuur maakte plaats voor de vlam van de gaskachel en de CV-ketel. 
Mijn broer Gerard transformeerde de werkplaats van smederij tot magazijn voor nieuwe gashaarden en de opkomende centrale verwarmingsketels.  Omdat aardgas een hogere energetische waarde en druk heeft dan het oude stadsgas, moesten branders en sproeiers worden vervangen. Dit zorgde voor een enorme piek in werkzaamheden voor ons lokale vaklieden. Waar de Gas Unie en lokale energiebedrijven het hoofdnet aanlegden, lag de taak van de binnenhuise installatie bij de installateur. Het smidsvuur verschoof naar de soldeerbrander en de draadsnijmachine, èn naar de energiespecialist. 

Muziek en Techniek

Naast het ijzer zat de muziek ons in het bloed. Waar mijn ooms Joop en Toon bij fanfare Constantia speelden, koos ik voor mijn eigen pad: van gasflessen naar geluidsgolven. De vonk sloeg over op de Bunniker kermis, waar ik als jongen gasflessen bezorgde bij woonwagens. Tussen het gesis door werd ik gegrepen door het machtige geluid van het draaiorgel. Jaren later in Nieuwegein hoorde ik datzelfde 'pierement' en ontmoette ik de man erachter: de zoon van mijn oude kermismaatje van de kermis. Die kermisbepalende sound veranderde alles. De familiale ondernemersgeest bleef, maar ik verruilde de hamer voor knoppen en kabels. Als tiener sjouwde ik al apparatuur in zalencentrum De Grondslag, en tijdens de moderne beatmissen in de kerk verzorgde ik het geluid. Het was een unieke combinatie van het oude familie-ambacht en mijn eigen passie, waarmee ik letterlijk en figuurlijk de juiste toon wist te zetten.

Jeugdsentiment in Zuilen

We hadden als jongens onze eigen Drive-In discotheek op onze aanhangwagen. Zo verzorgden wij evenementen in het Pastoor Schiltehuis. Dit was een bekende plek voor jongeren in Utrecht. Het gebouw in de Ludgerusstraat in Zuilen had ook een poppodium, waar bekende namen van popartiesten optraden, zoals The Golden Earrings, The Jugglers, The Jets tot aan Unit Gloria. 
Omdat ik veel in Utrecht was te vinden ontmoette ik hier Laura Splinter, dochter van de bakker in de Paul Krugerstraat. We kwamen elkaar tegen in één van de kelders tegenover de bioscoop Rembrandt in Utrecht, ‘La Grotta’. 

Een eigen plek; P.H. Van Echteld Installatie- en productie bedrijf van zonne-energie

In de begintijd van mijn huwelijk met Laura, in 1972, begon ik in het bedrijf van mijn vader als cv-installateur. We woonden destijds in Utrecht, maar uiteindelijk trok het ondernemende bloed me terug naar Bunnik. Daar startte ik mijn eigen verwarmingsinstallatiebedrijf met één werknemer. Dit deden we vanuit onze twee-onder-één-kapwoning aan de Rijnzichtlaan 22. We woonden daar precies tussen de timmerfabriek Snel en de doe-het-zelfzaak van Joop van Schaik, die later naar de Dorpsstraat verhuisde.

Pionierswerk

In de jaren 70 ontstond, mede door de energiecrisis, een sterke ambitie om naast een regulier installatie- en verwarmingsbedrijf de mogelijkheden van duurzame energievoorziening te verkennen. Geïnspireerd door een artikel in ‘De Kleine Aarde’ werd mijn focus in eerste instantie gelegd op het opvangen en hergebruiken van afvalwarmte die normaal via de schoorsteen verloren gaat.

Tijdens een project in Portugal, waarbij een zogenaamde ‘Butler’ woning werd gerealiseerd, kon ik deze visie verder ontwikkelen. Het geprefabriceerde stalen bouwsysteem maakt door de sterke structuur grote open ruimtes zonder draagmuren mogelijk. Bij dit specifieke bouwproject werd een innovatief systeem geïntegreerd waarbij door de zon verwarmde lucht naar de kruipruimtes werd getransporteerd, om vervolgens via roosters de woning te verwarmen.

Ik voelde me een pionier in Bunnik en omgeving met de plaatsing van een windmolen en zonnepanelen, o.a. op mijn eigen dak in de Rijnzichtlaan. 
Hoewel de markt in de jaren 70 nog niet direct warm liep voor milieuargumenten, bleek de aanpak succesvol met de uiteindelijke installatie van zo’n honderd zonnecollectoren. Om de efficiëntie te verhogen, werd in samenwerking met een boilerfabrikant een speciaal type boiler ontwikkeld en in productie genomen, specifiek geschikt voor zonne-energie.

De bedrijfsstrategie van mij was volledig gericht op een geleidelijke transitie naar de productie en installatie van zonne-energiesystemen, met de nadruk op warmwatervoorziening. Dit pionierswerk was echter niet zonder uitdagingen, zeker nadat het ontwikkelingskrediet voor duurzaamheid na 1977 abrupt werd stopgezet.

Bunnik zat midden in de ontwikkeling van diverse uitbreidingsplannen. In 1976 was de realisatie van de Kromme Rijnwijk zover gevorderd, dat de koop- en huurhuizencommissies werden samengevoegd tot de Technische Commissie. Dit gebeurde om de bewoners van de nieuwe woningen beter te ondersteunen. Als een van de vaste leveranciers hield ik mij voor de TC bezig met de installatie en het onderhoud van gasgestookte cv-installaties, evenals met onderzoek en advies op het gebied van energiebesparing.

© Tekst: Piet van Echtelt:





Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Administrator)